Verkiezingen : morgen kan het er helemaal anders uitzien

 22/05/2019  Claude Yvens  Wetgeving, Expertise Center
Verkiezingen : morgen kan het er helemaal anders uitzien

Net zoals in 2014, mogen we op 26 mei met een drievoudige missie naar het stemlokaal: het zijn immers zowel gewestelijke, federale als Europese verkiezingen. Voor de transporteurs wordt dit opnieuw een cruciale dag want het is altijd bang afwachten wat de nieuwe regeringen in petto zullen hebben op het vlak van nieuwe regels voor de transportsector.

Alle kiesprogramma’s

Noch SP.A, noch Groen hebben tot nu toe op onze specifieke transport-gerelateerde vragen beantwoord.

Wat op het spel staat

Het wordt vooral uitkijken naar wat er in Straatsburg gebeurt. De huidige legislatuur was getuige van de mislukte pogingen van de Sloveense Commissaris Violeta Bulc om een ultraliberaal mobiliteitspakket door de strot te duwen van de West-Europese transporteurs, die het nu al zo moeilijk hebben ten opzichte van hun ‘collega’s’ uit het oosten van Europa.  

Europa

De nieuwe legislatuur gaat op 1 juli van start en moet in het teken worden geplaatst van een nieuw mobiliteitspakket. De richting hangt af van drie factoren: de nationaliteit van de nieuwe commissaris voor Transport (de twee laatsten kwamen uit Oost-Europa), de samenstelling van het Parlement (links of rechts, al dan niet onder de invloed van de huidige verschuiving naar nationalistische en protectionistische partijen?), en ten slotte de eensgezindheid onder de landen uit West-Europa die in extremis de Wegvervoer Alliantie hebben opgericht als tegengewicht tegen de plannen van Bulc.

Van zodra we zekerheid hebben over de samenstelling, valt het af te wachten of de nieuwe ploeg van een wit blad zal vertrekken of eerder verder zal borduren op de huidige tekst waarover de Europarlementsleden een akkoord bereikten in maart van 2019. Het ziet er naar uit dat Europa eerder voorstander zal zijn van geharmoniseerde concurrentieregels en dat een verregaande liberalisering van tafel zal worden geveegd. In dit verband zou het raar zijn mochten bestelwagens, die ingeschakeld worden voor het vervoer voor rekening van derden, aan bijkomende reglementering ontsnappen. Mocht Europa er bovendien in slagen om een gelijk speelveld te creëren tussen de traditionele vervoerders enerzijds en de zogenaamde deeleconomie (de Ubers van deze wereld) anderzijds, dan zal het pas echt zijn toegevoegde waarde bewijzen.  

Europa zal er ook goed aan doen om een versnelling hoger te schakelen bij de digitalisering van administratieve processen. Het zou triestig zijn mochten we in 2024 nog altijd met papieren documenten moeten werken. In dezelfde context zou Europa de handschoen kunnen opnemen en een wetgevend kader kunnen vastleggen voor autonoom rijdende voertuigen, ook al lijkt 2024 redelijk kort dag om dergelijke voertuigen massaal in te zetten.

Ten slotte moet het ook mogelijk zijn om de architectuur uit te tekenen voor een uniforme en gecentraliseerde controle van transportoperaties. Volgens onze informatie is 2024 echt wel haalbaar op voorwaarde dat er voldoende wil aanwezig is bij de verschillende lidstaten.

Federaal

In het kader van de zesde staatshervorming werden de meeste bevoegdheden overgeheveld naar de gewesten. Op de eerste pagina’s van dit jaarboek legt federaal minister François Bellot uit dat het werk nog niet is afgerond. Aangezien het geen optie is om mobiliteit te herfederaliseren, pleit hij voor een doorgedreven samenwerking tussen de drie gewesten. Hij wil met de vier (!) betrokken ministers bekijken of het al dan niet mogelijk is om vorm te geven aan een interfederale visie op mobiliteit.

De transport- en logistieke sector kijkt voornamelijk richting federale regering voor socio-economische maatregelen om het chauffeurstekort in te dijken zonder een nieuwe loonkloof te doen ontstaan met onze buurlanden: hierbij gaat het vanzelfsprekend over een fiscale vrijstelling van niet-productieve uren en een versoepeling van de nachtarbeid. Voor de federale regering is er een eveneens een belangrijke rol weggelegd in de strijd tegen oneerlijke concurrentie en het beteugelen van valsspelers. Zo moet het bijvoorbeeld mogelijk zijn om, in samenwerking met de gewesten, een gedeelte van de Viapass-middelen aan te wenden om illegale cabotage beter op te sporen.

En de gewesten…

De regio’s in ons land hebben al voluit gebruik gemaakt van hun nieuwe bevoegdheden om hun eigen invulling te geven aan het wegtransport: Vlaanderen en Wallonië voeren een min of meer gelijklopend beleid rond het testen van ecocombi’s, maar Wallonië was dan weer de enige om de 50 ton in te voeren. In Brussel lijkt men enkel en alleen geïnteresseerd in de opbrengsten uit de kilometerheffing. Een beetje coherentie zou echt wel op zijn plaats zijn…

Hetzelfde kan gezegd worden over thema’s als lage emissiezones, harmonisering in het vastleggen van de tarieven van de kilometerheffing en het nieuwe rekeningrijden. Dit laatste thema ligt ongetwijfeld zeer gevoelig bij de doorsneeburger, maar het zou toch absoluut onaanvaardbaar zijn dat de ene regio een kilometerheffing zou invoeren, en de andere niet. Het zou bovendien absurd zijn om een vignet te moeten kopen in het ene gewest, terwijl het andere voor een kilometerheffing zou kiezen.

Voor de gewesten is er ook een belangrijke rol weggelegd in het ondersteunen van de transporteurs: elke maatregel om de basisopleiding voor truckchauffeurs toegankelijker te maken, is lekker meegenomen. De financiële ondersteuning voor ecologische investeringen zou een verlengstuk moeten krijgen. In Vlaanderen stellen we ook een toenemend verlangen vast om een groter deel van de inkomsten uit de kilometerheffing te gebruiken voor het wegennet.

Ontvangt u onze wekelijkse nieuwsbrief nog niet? Schrijf je dan hier in!