TLV en UPTR in cassatie om ‘oorlogskas’ NBFBV

 13/02/2019  Claude Yvens  Economie
TLV en UPTR in cassatie om ‘oorlogskas’ NBFBV

Transportfederaties TLV en UPTR hebben besloten in cassatie te gaan tegen de beslissing van het Hof van Beroep, daterend van november 2018. Kern van de zaak is de herverdeling van de ‘kas’ van de voormalige nationale transportfederatie NBFBV. 

Tot het einde van de jaren 80 was de NBFBV een confederatie die de verschillende regionale transportorganisaties in België overkoepelde, waaronder: de UPTR (Luik), de UPTR (Luxemburg), de Unie van Henegouwen, de UB (Brabant), de SAV (Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen), SAVA (Antwerpen), VVL (Limburg), UPTRI (internationale vervoerders). Ze deelde onder andere CMR-vrachtbrieven en TIR-vergunningen uit.

De NBFBV werd in vereffening gesteld toen er grote onenigheid ontstond tussen wat later het trio Febetra, TLV en UPTR zou worden. Volgens TLV en UPTR is de ‘oorlogskas’ van de NBFBV nog altijd onnodig aan het slapen : “In 2008 hebben de voorzitters en directeurs van de drie representatieve organisaties een overeenkomst ondertekend voor de verdeling van de NBFBV-activa, met als bedoeling deze te laten terugkeren naar de sector en in te zetten voor de belangenverdediging van alle vervoerders.” Deze ‘oorlogskas’ zou naar verluidt ‘vele honderdduizenden euro’s’ rijk zijn.

Volgens TLV en UPTR werd die gezamenlijke overeenkomst nooit uitgevoerd omdat twee provinciale ‘restanten’ (nu lid van Febetra) zich hebben verzet tegen de vereffening van de NBFBV : de VVL en de Unie van Henegouwen (nu Febetra Hainaut genoemd). De overige zeven transportorganisaties (waaronder Febetra dus) hebben zich uit de in vereffening gestelde NBFBV teruggetrokken. “Twee nieuwe organisaties, één voor elke provincie, werden toen trouwens opgericht met net het doel om de enige twee erfgenamen van de NBFBV te worden. Dezelfde fysieke personen, aan het hoofd van de provinciale satellieten van Febetra, die de touwtjes van de ontbinding vasthielden, hebben deze nieuwe organisaties opgericht. Deze nieuwe organisaties zijn trouwens zo goed als onbekend en al zeker niet representatief voor alle transporteurs.”

UPTR en TLV betreuren dat de voorstellen die werden gedaan om dat geld rationeel en billijk te gebruiken, van tafel werden geveegd. Er werd b.v. voorgesteld om de NBFBV uit zijn as te doen herrijzen als een transversale structuur voor de drie erkende federaties en als een premisse naar een gecoördineerde toenadering. Of om het geld te gebruiken om de opleidingsbudgetten via het Sociaal Fonds Transport & Logistiek te verhogen, of om te investeren in imagocampagnes gericht tot jongeren ter  promotie van het beroep van chauffeur. Geen enkel van deze voorstellen zouden ooit de gunst hebben gevonden bij vertegenwoordigers van de twee provinciale structuren in kwestie.

In 2008 besloot de algemene vergadering van de (nog in vereffening zijnde) NBFBV dat het resterende geld tussen de twee aandeelhouders moest worden verdeeld. TLV en UPTR zijn toen samen naar de rechter gestapt, maar twee rechterlijke beslissingen later (in eerste aanleg en in hoger beroep) is er dus niets veranderd. In november 2018 heeft de rechter in hoger beroep besloten dat de beslissing van de algemene vergadering van NBFBV niet ongedaan moest worden. TLV en UPTR hebben daarom besloten in cassatie te gaan  tegen de beslissing van het Hof van Hoger Beroep. “Dit is onze laatste juridische mogelijkheid, en daarom doen we het nu”, wist Lode Verkinderen (algemeen secretaris van TLV) ons te vertellen. “We willen nog een poging doen om te voorkomen dat het geld bestemd voor iedereen uiteindelijk slechts een paar enkelingen ten goede zou komen.”

Lees alles over TLV in onze Transport & Van In Belgium directory!

Ontvangt u onze wekelijkse nieuwsbrief nog niet? Schrijf je dan hier in!