Ronny Joos (Groep Gheys) : de kracht van teamwork

 19/01/2018  Claude Yvens  Economie
Ronny Joos (Groep Gheys) : de kracht van teamwork

We mogen het zonder overdrijven een kleine revolutie noemen: bij Groep Gheys hebben de vier broers van de derde generatie het bewind overgelaten aan een externe manager die geen deel uitmaakt van de familie. Ronny Joos is echter niet van plan om de familiewaarden zomaar overboord te gooien. Hij is bovendien een stille aanbidder van doorgedreven teamwork.

 “Dit is zonder meer een scharniermoment voor ons bedrijf”, zegt de nieuwe CEO. “De derde generatie is nog altijd zeer actief, maar de vierde is er nog niet helemaal klaar voor. We zijn bovendien volop bezig met een verregaande professionalisering. Dat is de reden waarom ik tot CEO werd aangesteld, nadat ik hier vier jaar aan de slag was als financieel verantwoordelijke.”

Organische groei

Ronny Joos moest als voormalig bedrijfsrevisor niet lang nadenken over het voorstel van de gebroeders Gheys: “Het is zeer snel gegaan voor mij. Ik had onmiddellijk door dat Gheys een fantastisch bedrijf was met een enorm potentieel.” Gheys is een onderneming die jaar na jaar groeit, maar nooit met uitschieters. “We staan niet bepaald gekend als de specialist in spectaculaire overnames, hoewel we bijvoorbeeld Huver overnamen”, zegt Joos. “Een overname is pas interessant als er voldoende synergiën zijn. Het moet met andere woorden meer zijn dan extra volume nemen.”

De recente groei bij Gheys is dus eerder van organische aard. In dezelfde beweging werd een evenwicht gevonden tussen de afdelingen ‘transport’ en ‘logistiek’, die momenteel elk de helft van de omzet uitmaken. In 2017 groeide de logistieke poot sneller dan transport en de laatste investeringen doen vermoeden dat deze trend niet meteen zal omgebogen worden. Zo opende Groep Gheys een containerterminal langs het Albertkanaal in Beringen, waarvoor het samenwerkte met het Nederlandse BCTN.

Eerder sceptisch over voorstellen Bulc

Ook de transportafdeling is in volle ontwikkeling, maar dan wel aan een ander tempo. “We blijven in de eerste plaats ‘transporteur’ maar de marges zijn aan de lage kant. Vandaar dat we ons beperken tot inspelen op de vraag van onze klanten”, zegt Joos. “We stellen vast dat de vraag toeneemt, maar dit heeft vooralsnog geen positieve impact op de prijzen. Het chauffeurstekort heeft momenteel nog geen invloed op de prijsvorming.”

Vorig jaar was het nog zeer druk, maar de eerste helft van dit jaar was eerder ontgoochelend. Ronny Joos: “De sectoren waarin we actief zijn, zijn zeer cyclusgevoelig. Sinds juli van dit jaar is de activiteit aan het hernemen. Uiteindelijk zullen we hoe dan ook met een capaciteitsprobleem geconfronteerd worden.” Gheys is ook nog altijd internationaal actief en dit maakt het er niet gemakkelijker op. “Ons groot probleem is het vinden van de juiste mensen en dan vooral chauffeurs. In Polen is het nauwelijks beter: de lonen stijgen er gemiddeld met 6 à 7% per jaar. Onze plaatselijke onderaannemer heeft de problemen redelijk onder controle omdat de chauffeurs om de twee weken naar huis kunnen komen. Dit heeft een impact op de kostprijs, maar de verladers zijn permanent op zoek naar de laagste prijs. Met evenwaardige lonen is dit niet houdbaar, maar we staan er niet voor te springen om de chauffeurs zes weken aan een stuk niet naar huis te laten komen.”

Ronny Joos pleit met andere woorden voor een verlaging van de loonkost in België. Hij is ook bezorgd over de voorstellen van de regering om de belastingvrije meerwaarde voor het rollend materiaal af te schaffen. “We zullen wel zien waar we uitkomen op het einde van het boekjaar”, zegt hij nogal filosofisch.

Hij wordt evenmin wild van de voorstellen van EU-Commissarissen Bulc en Thyssen m.b.t. de wijzigingen van de Europese reglementering. “Toen Frankrijk en Duitsland het minimumloon invoerden, stond iedereen op zijn achterste poten als gevolg van de administratieve rompslomp. Ik heb de indruk dat dit nu de norm aan het worden is. Gaat elk land nu zijn eigen administratieve regeltjes opleggen? Er is totaal geen sprake van enige EU-uniformiteit. Ik besef dat één en ander te maken heeft met de eventuele wijziging van de regels rond cabotage, maar ook op dit vlak is het onduidelijkheid troef. De regelgeving steekt boordevol verborgen valkuilen: hoe gaat men bijvoorbeeld de precieze plaats vastleggen waar de chauffeur tewerkgesteld is? Hoe zal men de regels toepassen op iemand die een onderaannemer in België laat rondrijden? En ook al betaalt men het Belgische loon aan een buitenlandse chauffeur, hoe zit het dan met de bijdrage voor de sociale zekerheid?” Ronny Joos zit niet alleen met heel veel vragen, maar is ook verontrust over de bijhorende papierwinkel die deze regels met zich mee brengen.

Joos wordt evenmin gerustgesteld door de nakende komst van de slimme tachograaf (gekoppeld aan de GPS): “Als de chauffeur altijd het hoogste loon moet ontvangen, waarbij men moet kiezen tussen het minimumloon van het land waar hij actief is en het loon van het land van tewerkstelling, dan zullen de Belgen nog altijd in het nadeel zijn!”

Het grote potentieel van Beringen

Een transportondernemer als Gheys heeft geen andere keuze dan nieuwe regelgeving te ondergaan, maar op het vlak van de mobiliteit legt men zich niet zomaar neer bij de huidige gang van zaken. “We verliezen gigantisch veel tijd in de files, en dat heeft zware gevolgen voor ons rendement. Op verbindingen waar we in het verleden drie trajecten per dag konden doen, kunnen we er nu nog anderhalf doen. De problemen in Antwerpen slepen nu al jaren aan, en net daarom hebben we beslist om in de binnenvaart te investeren. De andere reden is het feit dat onze belangrijkste klant, de petrochemie, in volle transitie is. Vanaf 2018 zal de invoer in Europa gevoelig toenemen. Het gaat hierbij om producten die in fabrieken in de Verenigde Staten, de Emiraten, Rusland en zelfs Iran vervaardigd worden. In tegenstelling tot het verleden zullen we niet meer alleen als opslagplaats van de Europese productie fungeren. Onze magazijnen en silo’s zullen uitgroeien tot bufferopslagplaatsen tussen de andere continenten en Europa.”

Vandaar dat de strategische aankoop van de voormalige site van Dow Chemicals in Tessenderlo perfect te rechtvaardigen valt. In 2013 lag deze trimodale site er min of meer verlaten bij. In 2018 zal deze site omgetoverd worden tot nieuwe containerterminal en er zullen ook nieuwe opslagplaatsen gebouwd worden. Is een nieuwe containerterminal in Limburg dan geen terminal te veel? “Nee” zegt Ronny Joos. “We werken momenteel al samen met BCTN in Meerhout en we verwerken er ca. 10.000 containers per jaar. Door de toename van de goederenstromen in Meerhout, is ook de congestie toegenomen. Bovendien ligt Meerhout op 15 km van onze vestiging en dit zorgt voor extra kosten. In Beringen zullen onze terreinen rechtstreeks aan de kaai liggen. Het feit dat BCTN ons volgt, is wellicht het beste bewijs dat de nieuwe terminal zinvol is. Onze terminal zal overigens ook toegankelijk zijn voor andere klanten. We zullen er 50.000 TEU per jaar kunnen verwerken, waarvan 25.000 voor onze eigen goederenstromen.”

Op de site in Beringen zullen ook de logistieke activiteiten uitgebreid worden. “Naast de bestaande 90.000 m² aan opslagruimte, komt er op korte termijn 35.000 m² extra opslagcapaciteit bij aan de andere kant. Ook het aantal silo’s wordt uitgebreid, meer bepaald van 200 naar 300. Vorig jaar hadden we te veel silo’s en nu hebben we er te weinig. Onze investeringen op het vlak van deze silo’s kaderen in een lange termijn project omdat de huidige leveringstermijnen oplopen tot één volledig jaar! Tegen eind 2018 zal de totale investering oplopen tot maar liefst 25 miljoen euro”, aldus Joos.

Internationale ambities

En dan nog even over de kritische massa van het bedrijf. “In onze sector is Katoen Natie de onbetwiste nummer 1 wereldwijd. In de sector van de polymeren komen wij op de tweede plaats in de Benelux, na Katoen Natie. Wij geloven echter volop in onze kwaliteiten en ons potentieel. Onze dynamiek en de flexibiliteit die we uitstralen als familiebedrijf, zijn de kernwaarden waarmee we het verschil zullen blijven maken. We kunnen dan wel niet de allergrootste volumes aan, maar dat is op zich geen probleem. We zijn zeer tevreden met de ‘overschot’, die we perfect aankunnen met onze eigen vloot van 250 voertuigen. Dit stelt ons in staat om onze klanten een all-in service te bieden.”

Hoe ziet de kersverse CEO Ronny Joos ‘zijn’ onderneming evolueren in de loop van de volgende vijf jaar? “Wij zijn voorlopig nog steeds een lokale speler. We moeten nog iets gerichter focussen op het internationale gebeuren. Ik ben ervan overtuigd dat dit parallel zal lopen met een project van één van onze klanten. We gaan de professionele structuur overigens verder uitbouwen door de uitbreiding van onze bestuursorganen en met de hulp van externe expertise.

Vanuit een breder standpunt zou ik het interessant vinden dat de sector iets beter vertegenwoordigd zou worden. We zouden wat extra zuurstof kunnen gebruiken, maar we zijn blijkbaar niet in staat om met één stem naar buiten te komen. Drie federaties, dat zijn er twee te veel… We zouden misschien het voorbeeld van de bouwsector kunnen volgen?”

De laatste toenaderingspogingen tussen de beroepsorganisaties zijn dan misschien wel mislukt, maar we kunnen de wens van Ronny Joos nog altijd eens in de groep gooien…

 

“Een overname is pas interessant als er voldoende synergiën zijn.” (Ronny Joos)


Group Gheys in het kort

  •  Aandeelhouderschap: 100% in familiale handen
  • Directie: Ronny Joos (CEO), Ruben Swerts (CCO), Jan Mertens (COO Logistiek), Gunter Vanzeir (HR), Dirk Gheys (COO Transport), Bert Gheys (CIO), Luc Gheys (CTO)
  • Activiteiten: transport, logistiek
  • Specialiteiten: vervoer per silo, containervervoer, multimodaal
  • Omzet 2016: 63 miljoen euro
  • EBITDA 2016: 13,8 miljoen euro
  • Personeel: 517, waarvan 412 in België
  • Logistieke infrastructuur: 110.000 m² aan opslagruimte, waarvan 20.000 m² in Mol en 90.000 m² in Beringen, 300 silo’s (Beringen)
  • Vloot: 220 trekkers (85 MAN, 60 Volvo, 60 DAF, 15 Iveco) + 375 opleggers waarvan 280 silowagens, 65 containerchassis en 30 schuifzeilwagens.