Matexpo : Confederatie Bouw, Fema/Profema en Fediex aan het woord

 04/09/2017  Pieter Jan Ghysens  We are Transport 2018
Matexpo : Confederatie Bouw, Fema/Profema en Fediex aan het woord

Hoe gaat het eigenlijk met onze bouw en zijn sectoren anno 2017? Met die vraag trokken we in het kader van Matexpo naar drie grote sectorfederaties in België: Confederatie Bouw, Fema/Profema (sector van bouwhandelaren en bouwmateriaalproducenten) en Fediex (sector van ontginning en granulaten).

We stelden hen vier vragen :

  1. Hoe evolueert de conjunctuur in uw sector?
  2. Wat is de grootste uitdaging van uw sector anno 2017?
  3. Wat is de impact van de kilometerheffing geweest op de ondernemingen?
  4. Geef ons een voorbeeld van hoe digitalisering uw sector nu al verandert?

Robert de Mûelenaere (Confederatie Bouw) : “Zware beroepen zullen worden vervangen door nieuwe, hoogtechnologische beroepen.”

 

  1. Volgens cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) groeide de bouwsector in 2016 met 3,5%. Ze was daarmee een belangrijke katalysator voor de algemene economische groei (+1,2%) in België. Sinds het tweede kwartaal van 2016 vertoont het volume bouwactiviteit echter een alsmaar minder sterk groeitempo. Uit een analyse op basis van de meest waarschijnlijke veranderingen in de vraag verwachten we een groei van ongeveer 1% in 2017. De sterke groei van begin 2016 was dan ook uitzonderlijk, een verdere verstrenging van de EPB-eisen eind 2015 zorgden voor een vervroeging van vele bouwprojecten. Kijken we per categorie, dan verwachten we een status quo voor de particuliere bouw (+0,3%), een daling in de niet-woningbouw van 2 à 3%, een groei van 1,8% voor renovatieprojecten en een stijging van 5% voor de burgerlijke bouwkunde (wegenbouw en infrastructuur). We zien dus dat de overheid de sector is die de bouw dit jaar ondersteunt, een steeds wederkerend fenomeen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen.
  2. Het behoud van de Belgische tewerkstelling in de bouw. Afgelopen jaar moest de bouw daarvoor met meer dan 3% groeien, maar met een beperkte groei van slechts 1% in 2017, staat de tewerkstelling onder druk. Daarnaast stellen we vast dat het aandeel gedetacheerden toeneemt, en dat van de loontrekkenden afneemt. De vrijgekomen jobs blijken tot 70% door buitenlandse werkkrachten te worden ingenomen. Een evolutie waarover we ons enorm zorgen baren. Het aantal gedetacheerden steeg in 2016 met 11%. Ook voor 2017 wordt een stijging gezien. Van 2012 tot 2016 zagen we daarentegen per jaar 2% (4000) jobs in loondienst verloren gaan. Een scenario dat ook in 2017 allicht de realiteit zal worden. De oplossing? Een lastenverlaging, zoals die ook is ingeschreven in de meerjarenbegroting. Die moet ten laatste tegen 2020 geactiveerd worden, maar wij roepen de overheid ten stelligste op dit nu al te doen. Het Planbureau heeft net bevestigd dat dit zou zorgen voor een positieve en blijvende impact op de tewerkstelling (25.000 jobs) én op de prijzen en koopkracht.
  3. De kilometerheffing zorgt voor een meerkost die schommelt tussen de 0,2% en 0,8%, afhankelijk van de subsector en haar aanwezigheid op de weg. Voor aanbestedingen na de kilometerheffing is de impact beperkt, maar het blijft wel een kostenverhoging. Die bijkomende kostenfactor wordt meegenomen in onze offertes. In hangende contracten is het wel een probleem, aangezien de heffing daar niet voorzien was. We zien dat in privé- en overheidsopdrachten de heffing vaak wordt doorgerekend als ‘onvoorziene omstandigheid’, een concept dat in elk contract is opgenomen. Het Vlaamse Ministerie voor Openbare Werken besliste daarom dat aannemers aanspraak kunnen maken op een forfaitaire verhoging van 0,5 % op hun nettoprijs. Een kopie van de afrekening van de kilometerheffing volstaat als bewijslast
  4. Building information model (BIM), een revolutie voor onze bouwbedrijven. Een werf kan in de toekomst volledig op voorhand digitaal geconcipieerd worden. Maar het is ook een tool om nauwgezetter en dichter bij mekaar samen te werken en enorme efficiëntiewinsten te maken. Het risico van fouten zal enorm worden ingeperkt, en we zullen onze skills ook moeten aanpassen. De zogenaamde ‘zware’ beroepen gaan minder nodig zijn, en worden vervangen door nieuwe, hoogtechnologische beroepen die de bouwsector aantrekkelijker zullen maken.

Marnix Van Hoe (Fema/Feproma) : “De kilometerheffng viel behoorlijk mee.”

  1. Sinds de jaren 80 kunnen we zeker niet spreken over een crisis in de sector van de bouwmaterialen. Is vrij atypisch voor de bouw, maar hoor eigenlijk bijna geen van mijn leden klagen. Dat heeft ook te maken met renovatie, waar wij natuurlijk ook een stuk omzet uit halen. Die stijgt nog altijd, in tegenstelling tot wat de cijfers (die geen rekening houden met renovaties waar geen vergunning voor nodig is) ons doen vermoeden. Als ik kijk naar 2017, staan we nu weer op een omzetstijging van 4 à 5 procent tegenover vorig jaar. En de vooruitzichten zijn zelfs beter dan de voorbije jaren. We zien wel een tendens naar het geven van een toegevoegde waarde bij de materialen, met meer uitleg, service en advies.
  2. De Europese impact, beperkingen en verplichtingen verhogen steeds. Energieprestaties moeten verbeteren. Voor 36 productgroepen zijn al declarations of performance nodig, die controleren of het materiaal voldoet aan de verwachtingen van de markt. Onze handelaars moeten dit goed inschatten en bijkomende service en advies geven aan hun klanten. Het gebruik van deze richtlijnen zal toch prioriteit worden, zowel voor de overheid die het moet afdwingen als voor de handelaar.
  3. Onze marges liggen sowieso al onder de 2%. En we zitten hier in een full service-land wat bouwmaterialen betreft: onze handelaars hebben zelf heel wat rollend materieel (8000 vrachtwagens voor de bouwsector alleen) om de producten naar de klant te brengen. We bouwen ook anders, meer divers dan in andere landen. We hebben dus zwaar gecommuniceerd over die kilometerheffing, en uiteindelijk blijkt dat het allemaal wel meevalt doordat elke handelaar er rekening mee is gaan houden. De ene heeft zijn leverzones geherdefinieerd, de andere rekent een andere prijs aan per vracht, nog anderen passen simpelweg hun tarieven strikt toe.
  4. Het digitale verhaal is misschien wel dé uitdaging voor onze sector. Het transparant digitaliseren en integreren van de productbenamingen en -informatie is een moeilijke klus. Daarnaast zien we dat klanten uiteraard ook online kopen. Goedkope, buitenlandse spelers als Alibaba gooien zich op onze markt. Een handelaar die zijn toekomst wil bestendigen, moet online actief zijn en zijn productgamma digitaliseren. En zijn logistiek aanpassen. Ook financieel: hoe regelen we de betaling? Daarnaast zullen toonzalen altijd blijven bestaan, want mensen willen een product nog altijd fysiek zien. Maar de toonzalen zullen anders en interactiever dienen te worden ingericht.

 

Michel Calozet (Fediex) : “We zien dat de vraag de eerste maanden van 2017 zeer groot is.”

  1. De granulaatsector is uiteraard sterk verbonden met de bouwsector. Dus we baseren ons voor cijfers ook op de perspectieven van de Confederatie Bouw. De cijfers die zij aanhalen zijn correct. We zien effectief een stijging, ondanks de problemen rond tewerkstelling in de bouw. Dat voelen wij minder door het productiekarakter van onze sector. Bij onze leden zien we dat de vraag de eerste maanden van 2017 zeer groot is. De evolutie in 2017 is positiever dan anders. We hebben een recordjaar in het verschiet en hopen op een groei van 3 à 5 procent, afhankelijk natuurlijk van wat er de rest van het jaar gebeurt.
  2. Onze sector is zeer afhankelijk van de overheid en politieke beslissingen. We hebben nood aan twee zaken: een sectorplan dat de zones voor ontginning duidelijk definieert voor de toekomst, en een sterkere bezetting binnen de betrokken departementen. We zien dat bijvoorbeeld milieuvergunningen vaak lang kunnen aanslepen door een tekort aan mankracht bij de overheid. Terwijl het voor ons natuurlijk zeer belangrijk is om te weten of we vergunningen kunnen krijgen en waar we granulaten mogen ontginnen.
  3. Eerst en vooral hopen we dat de overheid de 600 miljoen inkomsten van de kilometerheffing inzet waar we het het meeste nodig hebben: in een verbetering en meer onderhoud van de weginfrastructuur. Verder zijn we een sector die natuurlijk zeer afhankelijk is van transport: we dienen onze granulaten rechtstreeks bij de eindklant te leveren. Wat de directe impact van de kilometerheffing betreft, hebben we er nu nog geen zicht op. Onze sector heeft weinig rollend materieel en besteedt het transport vooral uit. Veel van de contracten werden reeds voor de invoering getekend. Fediex heeft wel een studie gepland in februari 2018, wanneer de volledige cijfers van de kilometerheffing bekend zullen zijn. Maar wat bijvoorbeeld met een vrachtwagen die van Doornik naar Brussel rijdt om te leveren, maar daarna nog doorrijdt naar Mechelen of Gent? Hoe zal die kost doorgerekend worden? De vrees is dat onze producenten niet 100% van de extra kost gaan kunnen recupereren. Daarnaast is er ook nog de vraag wat de kilometerheffing zal hebben op de tewerkstelling. Theoretisch kan het voordeliger zijn om een producent vanuit Boulogne in Frankrijk te laten leveren in Nieuwpoort, dan één uit Doornik.
  4. Naast het digitale verhaal blijven papieren in onze sector nog steeds belangrijk. We zullen hier in de toekomst voor onze sector wel onderzoek naar doen.

Ontvangt u onze wekelijkse nieuwsbrief nog niet? Schrijf je dan hier in!