Lannutti : België als ontwikkelingspool

 11/10/2016  Claude Yvens  Expertise Center, Economie
Lannutti : België als ontwikkelingspool

Enkele maanden nadat Lannutti de overname van de multimodale terminal in Charleroi aankondigde, trokken we naar de hoofdzetel van de groep in Cuneo. Lannutti heeft zijn ambities toegespitst op nieuwe logistieke projecten in België.

CEO Valter Lannutti is een charmante maar discrete man. “Toen we communiceerden over de terminal van Charleroi druiste dat eigenlijk in tegen onze principes, erkent hij. Het gaf ons echter de mogelijkheid om heel wat geïnteresseerde en … interessante ondernemingen te ontmoeten.”

Multimodaal transport in de lift

“Toen we in 2009 het multimodale transport begonnen te ontwikkelen, had ik een beetje het gevoel de tak af te zagen waar we op zaten. Maar niets is minder waar: multimodaal transport helpt ons juist om te groeien. Alleen is het aantal ritten door de tunnel van Fréjus gevoelig afgenomen.”

Het beheer van de terminal van Chatelet concretiseert dat multimodale voluntarisme maar was enkel mogelijk dankzij een aanpassing van de treinafmetingen in Italië. Valter Lannutti: “Eind 2015 hebben de Italiaanse spoorwegen het licht op groen gezet voor P400-treinen terwijl we vroeger enkel P45-toestellen konden gebruiken. We zijn al tien jaar actief in Chatelet maar tot vorig jaar konden we enkel containers en binnenladers vervoeren. Vandaag de dag kunnen we ook opliggers van 4 meter hoog en 255 cm breed vervoeren. We hebben onmiddellijk de nodige slots ingenomen en nauwelijks drie maanden na de lancering steeg het aantal wekelijkse treinen tussen Italië en België al van drie naar vijf. Bovendien steeg de vulgraad van 60 naar 90 procent. Toegegeven, P400-treinen kosten ook meer aan wagons en tractie. Idealiter zou nu ook de toegelaten lengte van de treinen moeten stijgen. Momenteel is het aantal eenheden beperkt tot 32.”

Parallel met het multimodale succesverhaal blijft Lannutti ook zijn andere activiteiten ontwikkelen. De Italiaanse groep staat vooral bekend als een specialist in het transport van vlak glas (grootste speler van Europa?) maar glas vertegenwoordigt vandaag de dag nog slechts 49 procent van zijn omzet. De rest wordt gerealiseerd met general cargo en logistiek. Sinds de overname van Cavallo (200 transporteenheden) in juli 2015 is daar ook bulktransport bijgekomen. “We hebben ons als doel gesteld onze klanten een zo breed mogelijk dienstenpalet aan te bieden, inclusief zeetransport,” aldus Valter Lannutti. En om bepaalde klanten te kunnen bedienen, heb je nu eenmaal een zekere omvang nodig.”

Lannutti is vandaag de dag dus een familiebedrijf op het gebied van de aandelen maar stelt zich ook open voor externe knowhow op het gebied van management. En zelfs de kinderen van Valter Lannutti zijn actief in de onderneming. Er is duidelijk sprake van groei, zowel organische als externe groei: “Het belangrijkste is dat we eerste een solide basis hebben opgebouwd op het gebied van financiën, organisatie, directie en personeel.”

120_TB258_01

De groei voorbereiden

Maar kun je nog groeien als je reeds marktleider bent in een zo specifieke niche als vlak glas, waarin breed genomen nog maar zes bedrijven in actief zijn? Valter Lannutti meent alvast van wel: “Door oplossingen te ontwikkelen die een meerwaarde betekenen voor de klanten. Vijf jaar geleden hebben we nieuwe voertuigen laten ontwikkelen in samenwerking met Iveco, Faymonville en Langendorf. De bedoeling was om het gewicht te verlagen en we hebben na verschillende fasen uiteindelijk drie ton tarragewicht gewonnen. En dat komt goed uit: een partij glas (die naargelang de dikte van het glas meer of minder platen omvat, nvdr) weegt steeds 2.800 kilogram. We vervoeren dus een partij meer dan vroeger. De volgende stap is de optimalisering van de stromen: we stellen ons als doel om het serviceniveau voortdurend te verhogen zonder daarbij de productieprocessen bij onze klanten te verstoren.”

De Belgische hoofdzetel van Lannutti is gevestigd in Mornimont, in de buurt van AGC, zijn voornaamste klant in de regio. De onderneming beheert dus de terminal van Chatelet maar beschikt ook over opslagplaatsen in Marchienne-au-Pont. Een situatie die evenwel niet zal blijven duren. Valter Lannutti: “Deze opslagplaatsen van de oude generatie hebben goed werk geleverd in hun tijd maar zijn niet langer aangepast aan de eisen van de moderne logistiek. Anderzijds willen we nieuwe lijnen ontwikkelen vanaf Chatelet. Ik denk dan in het bijzonder aan Scandinavië, Roemenië en de Tsjechische Republiek. Maar dat heeft enkel zin als we vlakbij Chatelet een echte logistieke pool oprichten waarmee we een meerwaarde kunnen creëren op basis van de goederen die langs Chatelet passeren. Op heel korte termijn zal Lannutti dus een logistieke pool openen voor zijn Eurostock-filiaal in Mornimont, waar we reeds over de nodige terreinen beschikken. Ik bekijk ook de mogelijkheid om een lokale onderneming in België over te nemen, zoals we in 2002 hebben gedaan met Andrée Van Hoof.”

Beide projecten zijn nauw met elkaar verbonden en zullen de onderneming, die pas in 1992 naar België kwam, nog meer verankeren in ons land. Valter Lannutti voelt zich hier naar eigen zeggen goed, dankzij een cultuur die dicht aanleunt bij die in zijn geboortestreek Piëmont.

120_TB258_03

Lannutti in een oogopslag

Personeel: 1.300 werknemers
Voertuigenpark: ongeveer 1.000 vrachtwagens (Iveco, Volvo, MAN) en 2.200 opliggers (750 binnenladers, de rest voornamelijk met zeil)
Opslagruimte (Eurostock): 320.000 m²
Exploitatievestigingen: Italië (Cuneo – hoofdkantoor, Venetië, Turijn, Milaan en Modena), België (Mornimont, Chatelet, Marchienne), Luxemburg (Petange), Roemenië(Cluj), Tsjechische Republiek (Teplice), Spanje (Irun, Madrid), Frankrijk (Valenciennes).

Ontvangt u onze wekelijkse nieuwsbrief nog niet? Schrijf je dan hier in!