Evolutie van de wegvervoerstromen in Europa : de winnaars komen uit het Oosten

 14/11/2011  Claude Yvens  Expertise Center, Economie
Evolutie van de wegvervoerstromen in Europa : de winnaars komen uit het Oosten

Het recentste statistisch overzicht van de transportvolumes in Europa bevestigt dat het wegvervoer zijn activiteiten van voor de crisis nog niet heeft hervat. Maar het bewijst vooral overduidelijk in hoe verre de Centraal-Europese vloten het overwicht hebben op de West-Europese vloten.

Met cijfers kan je alle kanten uit, zo wil het volksgezegde. Wat nog meer voor de statistieken zou gelden. Laatstgenoemden van de algemene directie mobiliteit en vervoer van de Europese Commissie over het jaar 2010 zullen daarop geen uitzondering zijn. Toch bevatten zij aardig wat waarheden, die staven wat de meeste Belgische transporteurs aanvoelen.

Forse vooruitgang van de Oosterse landen

Laat ons het eerst maar hebben over de grootte van de taart. In 2010 is geen enkel transportmiddel erin geslaagd het even goed te doen als voor de verwoestende crisis. In het wegvervoer volgde er op een achteruitgang van 2% in 2008 een vrije val van 10% in 2009. Zelfs met de heropleving van 3% in 2010 zonken de transportvolumes 9% onder het peil van 2007. Hier vloeit een eerste verschil uit tussen het residueel deficit van de West-Europese transporteurs EU15, – 13%) en de vooruitgang van de transporteurs uit de nieuwe lidstaten (EU12, + 8%).

De cijfers  verbergen echter een echte machtsontplooiing van de in de nieuwe lidstaten ingeschreven voertuigen. Die nemen nu zomaar eventjes 48% van de internationale transporten voor hun rekening (een cijfer dat in 2005 slechts 32% bedroeg…) en zelfs 74% van de cross-trade operaties. Dat duidt op de transportoperaties tussen twee Europese landen, die geen van beide het land van inschrijving van het voertuig zijn. Dergelijke internationale transporten gaan overigens fors vooruit (+ 50% tegenover 2005).

In Centraal Europa is Polen het land dat zich het handigste uit de zaak heeft gedraaid. In vier jaar tijd zijn de in Polen ingeschreven voertuigen goed voor 40% ton/km meer dan in 2007. Zij halen een overweldigend marktaandeel van meer dan 90% in de bilaterale stromen met Polen als land van oorsprong of bestemming , meer dan een vierde (27%) van de Poolse voertuigen van het cross-trade vervoer in Europa. En als kroon op het werk zijn de Poolse voertuigen de onbetwiste kampioenen van de cabotage.

België grote verliezer van de cabotage

De cabotage (nationaal vervoer door een niet-nationale transporteur) is weliswaar nog altijd een minderheid in verhouding tot de globale stromen (1,2%), maar gaat snel vooruit (+ 17% in 2010 vergeleken met 2009) en is daarbovenop hoogst symbolisch voor de concurrentievervalsing.

De opheffing van de beperkingen opgelegd aan de nieuwe lidstaten in 1 mei 2009, weliswaar gekoppeld aan een beperking van de cabotage van drie operaties in een periode van zeven dagen, heeft de bastions van bepaalde West-Europese landen letterlijk doen ontploffen. Ons land is momenteel goed voor 6% van het totaal. Op een (kleine) markt, die 17% is gegroeid, zijn de Centraal-Europese voertuigen in 2010 51% vooruitgegaan, zelfs 194% vergeleken met 2008 als referentiejaar. Het cabotagevolume van de Westerse voertuigen is in heel het jaar 2009 amper toegenomen in het eerste kwartaal van 2010 en later lichtjes teruggevallen. De zwaarste slachtoffers van die toestand zijn de grote landen (waar het gemakkelijker is een plaats voor lading en lossing te vinden), maar ook… België.
Ons land is momenteel goed voor 6% van het totaal cabotagevolume in Europa. Alleen Grote landen als Frankrijk, Duitsland en Italië doen het beter. Maar het aandeel van de cabotage in verhouding tot de totale markt van het Belgisch wegvervoer is verbazend: 6,4% of bijna twee keer evenveel als het aandeel in de grote traditionele markten.

Dat cijfer kan je deels verklaren door een typisch Belgisch verschijnsel, nl. de totale liberalisering van de cabotage tussen de Benelux-landen en de snellere delokalisering van de Belgische vloten (vooral de Waalse, maar niet alleen die…) naar het Groothertogdom Luxemburg. Het gaat momenteel om een vijftigtal vloten, bijna allemaal van groepen die lid zijn van of dat zouden kunnen zijn van de Top 400. En de laatste maanden hebben die tendens alleen maar versterkt.

Op deze belangrijke factor na verkeert België helaas niet in staat van genade. Zijn voertuigen zagen hun activiteit van 2007 tot 2010 17% achteruitgaan en hun aandeel in het bilateraal internationaal vervoer (invoer en uitvoer van België) haalt de 30% niet meer. Wat amper beter is dan het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, maar vooral minder goed dan Nederland, een vergelijkbaar voorbeeld als land dat grote wereldhavens heeft.

Toch nog even zeggen dat al deze gegevens niet gebaseerd zijn op de activiteit van de ondernemingen maar wel op die van de voertuigen volgens hun land van inschrijving. Het veel voorkomend gebruik van een filiaal (in Luxemburg of een Centraal-Europees land) bij de Belgische transporteurs geeft toch wel een iets positiever beeld van de toestand der nationale ondernemingen, wat momenteel de kans geeft in België een stabiele basis aan te houden. In welke omstandigheden en voor hoelang is dan weer een andere vraag waarop de statistieken van de Commissie niet meteen een antwoord geven.

Document PDF

Ontvangt u onze wekelijkse nieuwsbrief nog niet? Schrijf je dan hier in!