De uitdagingen van 2018 nr. 2: regels en controles

 29/12/2017  Claude Yvens  Wetgeving, Opinie
De uitdagingen van 2018 nr. 2: regels en controles

2017 was een jaar van controles en fraudebestrijding. Alle sociale partners uit de sector zijn samen de strijd tegen oneerlijke concurrentie aangegaan en de eerste resultaten daarvan beginnen zichtbaar te worden. Toch hangt er nog steeds een onaangename sfeer van een justitie met twee snelheden. Een aantal onderzoeken van de arbeidsauditoraten hebben wel tot veroordelingen geleid, maar soms hebben ze al te veel media-aandacht gekregen, ten koste van bedrijven die dan weer absoluut niets te verwijten valt. Vooral in april en mei was dit het geval.

Begrijp ons niet verkeerd: excessen die tot concurrentievervalsing leiden, waarbij vrachtwagenchauffeurs haast als vee worden behandeld en die de meest elementaire Europese besluiten en Belgische wetten met de voeten treden, kunnen absoluut niet door de beugel. Het overlijden van een Poolse chauffeur vorige week was weliswaar een ongeluk maar het toont aan dat sociale fraude vaak met mensenhandel gepaard gaat (over het geval in kwestie is nog geen uitspraak geveld en dus geldt het vermoeden van onschuld). Sociale fraude kan worden bewezen, maar mensenhandel is veel moeilijker vast te stellen. En de vakbonden gaan beide dan meteen globaliseren en binden zonder onderscheid de strijd aan met brievenbusfirma’s (en daar hebben ze gelijk in) en met de tewerkstelling van buitenlandse chauffeurs met een Belgisch contract. Ook systematisch in de pers uithalen naar de ‘miserabele’ lonen van de buitenlandse chauffeurs en hierbij gemakshalve ‘vergeten’ te vermelden dat die dagelijks ook toelagen ontvangen, is een van hun geliefkoosde onderwerpen. Ga een doorsneeburger dan maar eens uitleggen dat die Poolse chauffeurs aan het einde van de maand soms meer verdienen dan bepaalde Belgische chauffeurs… En in heel die kakofonie blijft de stem van de serieuze Belgische transporteurs helaas ongehoord.

In die context bracht het einde van 2017 wat welkome duidelijkheid over een van de meest omstreden onderwerpen van de voorbije jaren: het Europees Hof van Justitie heeft zich ongenuanceerd uitgesproken over de wekelijkse rust in de cabine: die is, eenvoudigweg, verboden. Hoogstwaarschijnlijk zal de Raad van State dit advies (waar ze zelf om had gevraagd) opvolgen en in het conflict tussen Vaditrans en de Belgische staat een oordeel in dezelfde lijn vellen. Bovendien is het wenselijk dat Nederland zijn buren volgt en deze praktijk op zijn grondgebied ook snel gaat verbieden.

In afwachting daarvan vervolgen de maatregelen die in juni door Europees Commissarissen Bulc en Thyssen zijn voorgesteld hun weg in het Europees Parlement. Die teksten kunnen echter nog in alle richtingen evolueren. Via amendementen en discrete wijzigingen kunnen ze ofwel bijdragen tot een ‘level playing field’ tussen de Europese transporteurs (eindelijk), of ze kunnen principes zoals de cabotage nog moeilijker te controleren maken. Het is dus van het grootste belang dat de Belgische transporteurs bij hun Europese vertegenwoordigers van zich laten horen. En daar wringt het schoentje: want naast de goede wil van de federale regering om hun belangen in de Wegalliantie te verdedigen, lijkt – wat wegtransport betreft – geen enkele Belgische Europarlementariër erg veel interesse of bevoegdheden aan de dag te leggen.