Transportmanagement.be

Van Osselaer-Peter : “Klein blijven om meerwaarde te kunnen leveren”

 27/03/2017  Timothy Vermeir  Economie
Van Osselaer-Peter : “Klein blijven om meerwaarde te kunnen leveren”

Peter Van Osselaer heeft een duidelijke visie op zijn onderneming en hoe hij die gezond houdt. Niet te veel groeien, de juiste klanten kiezen en de juiste medewerkers aan boord houden: dat zijn de basisingrediënten voor het succes van zijn transportonderneming.

“We zijn met ons bedrijf gestart van nul.” Wat Peter Van Osselaer zegt, is misschien niet helemaal waar. Oké, het bedrijf dat hij oprichtte – Van Osselaer Peter & Co – heeft hij inderdaad samen met zijn vrouw uit de grond gestampt, maar hij was wél gezegend met goede transport-genen. Grootvader richtte het transportbedrijf Van Osselaer-Pieters op, ooit het grootste bedrijf in België op vlak van pharmatransport. Dat bedrijf werd verkocht, waardoor Peter Van Osselaer wel allerlei jobs had gedaan in de familieonderneming, maar er nooit een echte job heeft gehad. Nadat hij afstudeerde werkte hij bij verschillende transportondernemingen met verschillende functies. “Op het einde werkte ik bij DFDS als Distribution Manager. Toen de firma besliste om geen eigen wagens meer te hebben en alle transport uit te besteden, startte ik mijn eigen bedrijf op het bedrijfsterrein waar het familiebedrijf ooit was gevestigd. In december 1998 nam ik vijf chauffeurs over van DFDS en reden we in eerste instantie dedicated voor DFDS. In die eerste drie jaar zijn we gegroeid naar 12 trucks en zijn we ook in het distributiewerk getuimeld.”

Klein en flexibel

Vandaag heeft Peter Van Osselaer nog steeds 12 trucks, en dat wil hij graag zo houden. “Dat kunnen we met ons drieën – onze planner, mijn vrouw en ik – perfect onder controle houden op een familiale manier. We spreken elkaar hier allemaal aan met de voornaam en we luisteren naar suggesties en voorstellen van iedereen. Chauffeurs kennen elkaar ook allemaal, wat onder meer te maken heeft met het feit dat we hen hier op het bedrijf samenbrengen voor de code 95-opleiding.”

Niet meer dan 12 vrachtwagens hebben, laat de onderneming toe om enorm flexibel én rendabel te zijn. Wil je groter worden dan moet je meteen naar 35 trucks of meer, met alle gevolgen op de manier waarop je je bedrijf aanstuurt, vindt Peter Van Osselaer. “Ik ben ervan overtuigd dat kleinere bedrijven rendabel kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat werknemers zich meer betrokken en verantwoordelijk voelen – ze kunnen zich niet wegstoppen. Onze chauffeurs denken na over hoe zij de impact van de kilometerheffing kunnen verminderen, je kan op hen rekenen om te doen wat nodig is voor de klanten. We hebben veel respect voor onze chauffeurs, die méér doen voor onze klanten. Wij werken bijvoorbeeld met de administratieve systemen van de klanten, wat voor hén een groot voordeel is, maar voor onze chauffeurs alles ingewikkelder maakt. Wij leiden hen goed op en hebben respect voor wat zij allemaal doen.”

Toen het klantenbestand van de firma aan het groeien ging, maakte Peter Van Osselaer dan ook de keuze om te filteren. ADR-transport is een specialiteit van het huis, maar om zich in te dekken tegen risico’s doet de onderneming méér dan dat voor een erg verscheiden klantenbestand. Wat zijn diverse klanten wél gemeen hebben? Ze zijn veeleisend. Wat dat betekent? “Wij denken mee met onze klanten en onze chauffeurs doen wat de klant nodig heeft. Als ze ADR-producten lossen, zorgen ze bijvoorbeeld ook voor het verpakkingsmateriaal. De administratie is op dat vlak uitermate belangrijk en ook dat nemen we over. Het voordeel is dat klanten vaak een vaste chauffeur hebben die weet wat er verwacht wordt en alles vlot laat verlopen. Vaak hebben zij ook de code van het hek en kunnen ze hun plan trekken.”

Eén aanspreekpunt

Zoals zo veel van zijn collega’s houdt Peter Van Osselaer zich bezig met distributie in België en het Groothertogdom Luxemburg, plus bestemmingen net over de grens. Vraagt een klant om goederen verder weg te leveren, dan schrijft hij een tender uit bij onderaannemers. Waarom zijn klanten in dat geval niet rechtstreeks met een andere transporteur werken? Met andere woorden: wat zijn meerwaarde is in dat geval? “Het is heel arbeidsintensief om dat te organiseren. Als er problemen zijn moet je ze ook oplossen.” Zijn vrouw, Rita Verstraeten, die in hetzelfde bureau aan de administratie zit te werken, vult aan. “Wij zijn ook de logistieke partner voor die klanten die één aanspreekpunt willen. Is er bij een van de klanten een transportprobleem, dan is de reflex ‘bel VOP, die zal het oplossen’. Dat is de meerwaarde die wij hen bieden.”

Mobiliteit is uiteraard ook hier een uitdaging. Toch zegt Peter Van Osselaer dat het zelden is dat goederen niet op het afgesproken moment worden afgeleverd. “Dat heeft te maken met de voorbereiding hier. We kijken nauwlettend toe op de vertrektijd en plannen de route in de juiste volgorde. Het gevolg is dat we nu gemiddeld anderhalf uur vroeger vertrekken, en dat chauffeurs wel eens een half uur te vroeg bij onze klant zijn en er moeten wachten. Maar, mochten we een half uur later vertrekken, dan was hij hopeloos te laat.” Een uitdaging is wel de flexibiliteit bij ontvangers van goederen, merkt hij nog op. Een transport op vrijdagnamiddag die net te laat op bestemming is, durft wel eens voor gesloten deuren te staan, ook al had men laten weten dat er een kleine vertraging was.

Logistiek

Hoewel de onderneming als zuivere transporteur was gestart, kwam er al vrij snel een logistieke activiteit bij. “Dat zijn we beginnen doen om onszelf te beschermen tegen grote marktschommelingen. Anderzijds is het ook een manier om makkelijker aan de verwachtingen van de klant te voldoen: als we de goederen hier op stock hebben, kunnen we sneller laden en leveren”, klinkt het. “Het maakt ons sterker: we kunnen sneller beslissen, onze prijzen zijn scherper en we besparen kosten omdat we het transport van hier naar het magazijn vermijden.”

De logistiek is ook de activiteit waar de onderneming – Peter Van Osselaer wil niet meer dan 12 vrachtwagens – verder kan groeien. “We zijn ons daar ook gaan specialiseren: we slaan hier goederen op die onder de accijnzen vallen en waarvoor we ook de displays hebben en voor herverpakking zorgen”, legt hij uit. “We krijgen vaak nog de vraag om de logistiek te doen voor een klant, maar de capaciteit van onze magazijnen bereikt een maximum. De groei zit duidelijk in de logistieke activiteiten.”