Transportmanagement.be

Restafval wordt nog te vaak over de weg vervoerd

 24/03/2016  Yannick Haesevoets  News Transport
Restafval wordt nog te vaak over de weg vervoerd

Heel wat afvalstromen worden vandaag hoofdzakelijk via de weg vervoerd terwijl ook de binnenvaart potentieel biedt. Binnen een pilootproject onderzocht het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) of het praktisch en financieel haalbaar is om een afvalstroom tussen IOK en Stora Enso over te hevelen van de weg naar het water.

Het transport over de weg is goedkoper, maar het verschil is niet groot. Met kleine optimalisaties kan het verschil weggewerkt worden. Afval, en in het bijzonder restafval, leent zich op het eerste zicht perfect om op een andere manier dan over de weg vervoerd te worden. Het heeft geen tijdkritisch karakter en ook korte doorlooptijden zijn geen vereiste. De volumes restafval die door Vlaanderen getransporteerd worden voor verwerking zijn bovendien meer dan groot genoeg om te kunnen profiteren van de schaalvoordelen die alternatieve modi als spoor en binnenvaart te bieden hebben. Toch is afval in binnenvaart niet sterk vertegenwoordigd. Slechts 7% van de jaarlijkse tonnages van binnenvaart zijn afvalgerelateerd.

Haalbaarheid binnenvaart
In het kader van zijn project ‘ILSE’ selecteerde het VIL een stroom die als voorbeeld voor andere stromen kan dienen om de praktische en financiële haalbaarheid van een overheveling naar de binnenvaart te onderzoeken. Zowel de verlader van het afval (de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK)) als de ontvanger (Stora Enso) zijn gelegen langs een waterweg.

Alle kaarten lijken in handen voor een positieve business case. Toch zorgen enkele obstakels dat binnenvaart in deze case neerkomt op een beperkte meerkost van ongeveer 1 eurocent extra per afvalzak. Doordat de twee sites niet ingericht zijn op transport via de binnenvaart, is er voor- en natransport van en naar het water nodig die de kostprijs de hoogte in jagen. Ludo Sys, project officer VIL: “De berekeningen die het VIL gemaakt heeft tonen aan dat de binnenvaart niet noodzakelijk moet afgeschreven worden op basis van kostprijs. Er zijn opportuniteiten om te starten en gaandeweg door kostenoptimalisaties het prijsnadeel ten opzichte van de weg dicht te rijden.”

Deze pilot case kaderde binnen het project ‘ILSE’ of voluit ‘Innovative Logistics in waste management for a Sustainable Environment’ van het VIL. Achttien bedrijven namen deel aan dit project, zowel afvalgerelateerde bedrijven als vertegenwoordigers uit de logistieke sector en de verwerkende industrie: Brussels Airport Company, Coeck Betonfabriek, Contraload, nv De Scheepvaart, Desso, Imperbel-Derbigum, Infrabel, Komosie, POM Oost-Vlaanderen, Procter & Gamble, Saint-Gobain (Gyproc-Isover), Shipit, Siemens, Suez Recycling & Recovery Belgium, Unilever, Vanheede Environmental Logistics, Van Moer Group en Waterwegen en Zeekanaal NV.