Transportmanagement.be

Logistics Management 24 (11/2012)

 20/12/2012  Yannick Haesevoets  

VOORWOORD

FORD GENK10.000 jobs. Terwijl ik één of andere vakbondsman in de extra nieuwsuitzending op zijn achterste poten zie staan om het tij alsnog te keren, is het vooral het duizelingwekkende cijfer dat tot mezelf probeert door te dringen. “Een sociaal bloedbad dat nog meer slachtoffers zal eisen dan de sluiting van de mijnen”, zo pik ik nog halvelings mee. Dag op dag 50 jaar na de eerste spadesteek – gelukkige verjaardag, Ford Genk – trekt de Ford-directie de stekker uit de fabriek die de Limburgse arbeidersklasse vooral welvaart moest bezorgen. Welvaart, vaarwel.

Dat de Amerikaanse Ford-directie de Europese overcapaciteit en de loodzware loonkosten met de botte bijl zou bestrijden, stond al een tijdje in de sterren geschreven. Het toeval wil dat ik onlangs nog een boek las over de wereldwijde reddingsoperatie die Ford nu al enkele jaren heeft ingezet. De besparingsmaatregelen gingen zelfs zo ver dat de planten in het hoofdkwartier in Detroit het zonder water moesten stellen (!).

Het was trouwens net die beenharde aanpak van Ford die ervoor gezorgd heeft dat het bedrijf (in tegenstelling tot GM en Chrysler, de twee andere van de ‘Big Three’) het hoofd boven water wist te houden zonder beroep te moeten doen op het bewuste Chapter 11. In een poging te redden wat er te redden viel, werden Jaguar, Land Rover, Volvo en Mazda zonder boe of ba aan de deur gezet, en sloot Ford wereldwijd een resem fabrieken. Bittere pillen die Ford vorig jaar aan een operationele winst van net geen 9 miljard dollar hielpen. Het ergste leed geleden, zou je dan denken. Tot er op 24 oktober 2012 een nieuwe bom valt. Op Genk.