Transportmanagement.be

Kilometerheffing : de doodsteek voor de onderaannemer

 25/02/2016  Claude Yvens  News Transport, Economie, Expertise Center, Economie
Kilometerheffing : de doodsteek voor de onderaannemer

Op iets meer dan een maand voor de invoering van de kilometerheffing vragen de transporteurs die in onderaanneming werken zich af hoe zij de aan Satellic betaalde bedragen naar hun opdrachtgevers kunnen doorschuiven (of niet). Een onderaannemer van DHL getuigt vanuit het verborgene…

“Enkele weken geleden vroeg DHL me om enkele voertuigen uit te rusten met een OBU en hen de gegevens te bezorgen die ik ontving. Ik heb dat gedaan en alle dagen laat ik mijn chauffeur de via de OBU ontvangen gegevens noteren op zijn rittenblad. Ik veronderstel dat DHL bezig is met het maken van zijn eigen berekeningen, maar ik weet nog altijd niet op welke manier zij een terugbetaling aan ons zullen aanvaarden. Wat gaat er gebeuren met de kilometers die mijn trucks moeten afleggen tussen mijn thuisbasis en het eerste distributiecentrum van de dag?”, aldus de transporteur.
Hij heeft wel zijn eigen berekeningen gemaakt: de impact van de kilometerheffing op zijn kostprijs schommelt tussen 6,15 en 16%. “Eén van mijn voertuigen is op een dag naar Luxemburg vertrokken. Op die dag zou me dat 101 euro aan kilometerheffing gekost hebben. Meer dan 1.100 euro op twee weken! Zelfs al gaat het om een Euro 4, dan nog is dit een enorm bedrag!”

Rechtzaak in zicht

Wij hebben alle grote operatoren in het pakketvervoer ondervraagd. Enkel UPS kondigt aan dat het de kilometerheffing zal betalen aan zijn onderaannemers, zonder te preciseren hoe het dat zal doen. De andere koerierspecialisten antwoorden (voorlopig) niet op de vraag. Het geval GLS ligt nog gevoeliger. Het bedrijf aanvaardt eerst een interview, maar trekt zich daarna terug, zodra men weet dat het over de kilometerheffing zal gaan.
Ons bereiken echter aanhoudende geruchten dat GLS de kilometerheffing niet zou betalen, aangezien er toch flankerende maatregelen voor transporteurs bestaan. Het aankondigingseffect van minister Ben Weyts blijft dus verwoestend werken.
Indien dit inderdaad zo zou zijn, zal het niet lang duren voor deze zaak bij de rechtbank aanhangig wordt gemaakt. Michel Reul van UPTR hierover: “De UPTR heeft een juridisch dossier voorbereid voor zijn leden en wij zullen dit soort opdrachtgevers aanschrijven voor onze leden en eveneens overgaan tot een dagvaarding. Er zijn immers twee wettelijke beschikkingen die dit soort interventie mogelijk maken:
– het misbruik van een dominantie positie, die zonder al teveel problemen gebruikt zou kunnen worden tegen een grote operator;
– het laatste punt van artikel 13 van de Wet van 15 juli 2003, die de uitvoering van een transport aan een onhaalbaar lage prijs strafbaar maakt;”

Ongeoorloofde prijs

De wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg bevat enkele strafbepalingen en artikel 41 § 4 bepaalt immers dat: De transporteur, de opdrachtgever, de vervoerscommissionair of de commissionair-expediteur worden gestraft met een boete van 500 tot 50.000€, vermeerderd met de opdeciemen, indien zij een vervoer hebben aangeboden, verricht of laten verrichten, tegen een ongeoorloofd lage prijs.

Onder “ongeoorloofd lage prijs” dient te worden verstaan een prijs die onvoldoende is om tegelijkertijd te dekken :
– de niet te vermijden posten van de kostprijs van het voertuig, in het bijzonder de afschrijving of de huur, de banden, de brandstof en het onderhoud;
– de kosten voortvloeiende uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, in het bijzonder sociale, fiscale, verzekerings- en veiligheidskosten;
– de kosten voortvloeiende uit het bestuur en de leiding van de onderneming.

Misbruik van machtspositie

Misbruik van machtspositie impliceert dat één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan. Het misbruik van machtspositie vloeit voort uit het eenzijdige gedrag van één of meer ondernemingen en is verboden door artikel IV.2 van het Wetboek van economisch recht. Het misbruik van machtspositie kan verschillende courante vormen aannemen zoals:
het opleggen van een aankoopprijs, verkoopprijs of andere onbillijke contractuele voorwaarden;
toepassing van buitensporig hoge prijzen of uitsluiting door de dominante onderneming;
beperking van de productiequota, afzet, technische ontwikkeling;
– discriminatie tussen handelspartners;
koppelverkoop.