Transportmanagement.be

John Pearson (DHL Express) : “Om een constante kwaliteit te bieden moet men zijn middelen onder controle hebben”

 04/05/2017  Claude Yvens  Economie, Nieuwsbrief
John Pearson (DHL Express) : “Om een constante kwaliteit te bieden moet men zijn middelen onder controle hebben”

De CEO van DHL Express Europe is de gedroomde gesprekspartner om de rubriek ‘Internationaal’ in te wijden, een rubriek waar we in dialoog gaan met de grote bazen van de Europese transportbedrijven actief in België.

 We ontmoeten John Pearson in Amsterdam, een stad waar DHL Express zijn innoverende oplossingen ontwikkelt voor leverdiensten, zoals drijvende depots en nieuwe typen fietsen.

Uw beroep groeit op een natuurlijke manier. Hoe kan dit verklaard worden buiten de explosie van de elektronische handel?

JP: Ook al waren de macro-economische parameters niet zo goed, toch kenden we een zekere groei. In de periode dat de PIGS landen in crisis verkeerden, zochten die bijvoorbeeld nieuwe exportmogelijkheden, wat ons goed uitkwam. We zorgden tevens voor nieuwe partnerschappen met kleinere bedrijven, een type klanten waarvan we de voorgaande jaren te vaak van oordeel waren dat ze niet competitief genoeg waren.

Globaal eerder dan lokaal

Zijn er fundamentele verschillen tussen uw klassieke functie als pakjesvervoerder en e-fulfilment ?

JP: Vooreerst geef ik er de voorkeur aan te spreken over e-commerce in plaats van B2C. Voor ons is het een extra verticaal segment, net als farmaceutica of hi-tech. Wij maken geen onderscheid tussen de traditionele bedrijven die zich online lanceren en de pure internetspelers. Op het vlak van de leveringen is de dynamiek anders, met een zeer grote densiteit van ophaalpunten en een zeer verspreide levering. Met de vooruitgang die wij boeken op het vlak van leveren op vraag, verminderen wij het verschil dat er bestaat tussen het leveren van expreszendingen aan één bestemming in een straat of het leveren van vijf pakjes afkomstig uit e-commerce aan vijf appartementen in het gebouw ernaast.

Nochtans is ook e-commerce zeer lokaal en niet noodzakelijk mondiaal… Is er dan nog plaats voor meer lokale spelers?

JP: Misschien, maar het is in de eerste plaats een wereldwijd fenomeen met gevolgen voor zelfs de meest afgelegen plaatsen op onze aardbol. Het interessante van e-commerce is dat wanneer de vraag niet wordt gedekt door het aanbod, er een nieuwe goederenstroom ontstaat vanuit een ander vertrekpunt. Er zijn overigens heel weinig betrokkenen die aan de behoeften van alle expediteurs kunnen voldoen. Er zullen uiteraard specialisten blijven voor bepaalde goederenstromen, maar onze klanten willen echt slechts één leverancier gebruiken voor al hun internationale goederenstromen.

Gaat u zich, naast de grote expediteurs van de e-commerce, ook interesseren voor de kleinere spelers, zoals u al gedaan heeft in het traditionele express pakjesvervoer?

JP: Absoluut. Ook de ‘gelegenheidsexportateurs’, de ‘slapende giganten’ en de ‘startups’ interesseren ons. Vroeger waren ze genoodzaakt een vertegenwoordiger naar het buitenland te sturen met brochures of er een agent te zoeken. Morgen plaatsen ze eenvoudigweg al hun producten op hun site en krijgen zo toegang tot een wereldwijde markt.

e-commerce, maar premium

Verandert e-commerce de gegevens in het debat dat bedrijven zoals DHL, die voornamelijk hun eigen transportmiddelen benutten, tegenover de bedrijven stelt die dat aspect uitbesteden?

JP: De eisen van de klanten op het gebied van beveiliging en betrouwbaarheid, vooral dan van de klanten die nog nooit geëxporteerd hebben, vergen een bepaald kwaliteitsniveau. Er zijn bepaalde ‘asset-light’ bedrijven, maar voor mij gaat de tevredenheid van de klant gepaard met een absolute regelmaat die enkel kan geboden worden door een organisatie die zijn eigen transportmiddelen in handen heeft. Ook al is de transactie virtueel, het uitleveren gebeurt nog altijd door iemand die op uw deur komt aankloppen. Onlangs heeft Times een dubbele pagina gewijd aan koeriersdiensten die de bestemmelingen van de pakjes maar bleven lastig vallen om bijvoorbeeld de geleverde apparaten te kunnen installeren. Dat levert stress op voor de gebruiker en dat is een gevolg van een markt die niet gereguleerd is.

Dat de levering en de retour gratis zijn, betekent dat ook dat ze geen waarde hebben?

JP: Het spreekt vanzelf dat de afzenders de prijs voor onze prestatie in hun prijzen verrekenen. Vandaag spreekt u met iemand die voornamelijk het meest premium gedeelte van de e-commerce behandelt. Of de kosten voor een eventuele terugzending betaald worden door de bestemmeling of de expediteur, dat hang van de organisatie van die expediteur af.

Waar zou u de grens situeren van wat premium e-commerce is en de rest?

JP: Dat is veeleer een kwestie van het product dan de waarde van de gemiddelde zending. De waarde van ons voorstel berust bijvoorbeeld op onze mogelijkheid om t-shirts, die niet veel kosten,  te bedrukken voor een welbepaald evenement en die nog ’s anderendaags te leveren, zelfs voor tien eenheden.

Vandaag betaalt een gebruiker ongeveer dezelfde prijs, ongeacht of hij nu in de stad woont of op het platteland. Zal dat morgen nog altijd zo zijn?

JP: Gezien de aard van de producten die wij leveren, gebeuren de meeste van die leveringen in de grote steden. Dat is zeker het geval met modeproducten.

Er zijn dus rendabeler goederenstromen en andere?

JP: Ik denk niet dat we door af en toe pakjes te gaan ophalen in een klein dorpje de rentabiliteit van onze business in gevaar brengen… Wat de eindgebruiker betaalt wordt immers bepaald door de expediteur en niet door ons. Soms is de levering geïntegreerd in de prijs van het product, soms wordt daarvoor een supplementen gevraagd.