Transportmanagement.be

Financiële analyse 2016 : duurzaam herstel?

 05/05/2017  Claude Yvens  Studies
Financiële analyse 2016 : duurzaam herstel?

De analyse van de balansen van de Belgische transporteurs voor 2015 bevestigt (min of meer) het algemene vermoeden: 2015 was een goed jaar, met een gematigde stijging van de volumes, een stabiele kostprijs en een verbeterde liquiditeits- en solvabiliteitspositie. Maar blijkbaar niet voor iedereen…  Kleine en middelgrote bedrijven profiteren niet mee van de heropleving en in sommige gevallen gaat hun financiële situatie er zelfs op achteruit.

Volumes

Voor het eerst sinds 2007, en dat is toch opmerkelijk, werd er meer toegevoegde waarde dan omzet gerealiseerd in 2015. Ondanks een relatief beperkte groei in België, ging de omzet er gemiddeld met 3% op vooruit. Aangezien de prijzen min of meer stabiel gebleven zijn (volgens de cijfers van het ITLB is de gemiddelde kostprijs zelfs gedaald als gevolg van de aanhoudend dalende brandstofprijzen), mag de stijging van de omzet dus hoofdzakelijk toegeschreven worden aan de volumestijging bij de Belgische bedrijven. Elk procent van het bbp levert al vier jaar 0,95% meer transportvolume op. In 2015 steeg deze multiplicator naar 0,99%, wat betekent dat de Belgische transportbedrijven een groter deel van het transportvolume wisten in te palmen. Er is een theorie (die echter onmogelijk kan onderbouwd worden met cijfers) die ervan uitgaat dat de Belgische transporteurs minder nieuw volume verloren hebben aan transporteurs of voertuigen die in het buitenland ingeschreven zijn. Nog zo’n thema dat moeilijk te controleren valt (hoewel niet onmogelijk): sommige voertuigen die in het buitenland waren ingeschreven, rijden ondertussen weer vrolijk rond met een Belgische nummerplaat (NVDR: wat een gedeeltelijke verklaring kan zijn voor de uitstekende inschrijvingscijfers).
Het zijn echter alleen de grote ondernemingen die een groei van hun omzetcijfer hebben gerealiseerd. De omzet van de middelgrote en (vooral) kleine ondernemingen staat voor het vijfde opeenvolgende jaar zwaar onder druk. In sommige gevallen omdat ze klanten kwijtspeelden en in andere gevallen omdat ze in de categorie van de grote bedrijven terechtkwamen.

 

 

De tendens in 2015: + 3,25%

 

 

Tewerkstelling

Uit de cijfers van de RSZ blijkt dat het aantal jobs tussen eind 2014 en eind 2015 met 2,59% gestegen is. Het aantal voltijdse equivalenten die opgenomen zijn in de balans, kende een minder spectaculaire groei: + 1,04%. Het is evident dat transportbedrijven meer dan vroeger hun toevlucht nemen tot deeltijdse contracten en interimarbeid.

Er is opnieuw sprake van een groot verschil tussen grote en kleine ondernemingen. Net zoals bij de omzetcijfers, is de tewerkstelling bij grote bedrijven met 2% gestegen. Bij de middelgrote ondernemingen zien we echter een daling van 0,11%. Bij de kleine bedrijven is het verval nog groter: – 7,97%.

 

De tendens in 2015 (in voltijdse equivalenten): +1,04%

 

Productiviteit

Dit moet zowat het beste nieuws van het jaar zijn: de productiviteit van de transporteurs is sneller gestegen dan de inflatie. Gemiddeld komt men in de buurt van 70.000 euro per FTE. In Vlaanderen zit men zelfs boven dit bedrag. Over het algemeen creëert het personeel van een grote onderneming 2.300 euro meer toegevoegde waarde dan een middelgroot bedrijf en… 10.100 euro meer dan een kleine onderneming. Op dit vlak zien we de grootste verschillen tussen de regio’s onderling: de Waalse en Brusselse bedrijven zijn uiteraard het ‘slachtoffer’ van hun regio die uit meer kleine bedrijven is samengesteld… Los daarvan was 2015 globaal gezien, een goed jaar op het vlak van de productiviteit.

De tendens in 2015: + 2,56%

 

Winst

Er is nog meer goed nieuws: qua rendabiliteit bevindt de Belgische transportsector zich op hetzelfde niveau dan in 2007, wat het beste jaar voor de crisis was. Meer dan 75% van de Belgische transportbedrijven heeft het jaar met winst afgesloten (70,1% van de kleine ondernemingen, 84,3% van de middelgrote ondernemingen en 85,5% van de grote ondernemingen). De rendabiliteit kwam uit op meer dan 2,5%. Voor de volledigheid moeten we hieraan toevoegen dat dit laatste cijfer van toepassing is op bedrijven die een volledige balans publiceren (met omzetcijfers). En dat is vooral bij grote ondernemingen het geval. Het globale winstcijfer van de transportsector bedraagt 319 miljoen euro: een stijging van 108 miljoen t.o.v. 2014.

 

De tendens in 2015 (Profit Margin): +2,54%

 

Cashflow

Het zwarte beest van het jaar 2014 werd met glans getemd. De liquiditeitspositie van de bedrijven, die het jaar daarvoor met 2% was gedaald, heeft zich spectaculair herpakt: + 15,26%. Het effect van deze boost is wel slecht verdeeld. En dat heeft opnieuw te maken met de omvang van de ondernemingen: + 2,10% in de kleine ondernemingen, + 11,60% bij de middelgrote en + 18,53% bij de grote firma’s. Met de kilometerheffing in het vooruitzicht, was dit nochtans één van de belangrijkste elementen (zie Truck & Business 256). 20 à 25% van de cashflow wordt opgeslorpt door de kilometerheffing, wat de allerzwaksten in grote betalingsmoeilijkheden brengt.

 

De tendens in 2015: -5%

 Eigen middelen

In 2015 liep de stijging van de eigen middelen min of meer gelijk met het gemiddelde van de vorige jaren: + 5,68%. Het enige wat gewijzigd is, is de herkomst van die eigen middelen. Normaal gezien wordt twee derden van de winst van de transporteurs, na belasting, omgezet in eigen middelen. In 2015 lag dit percentage op amper 31%. Dit is zowaar een pervers gevolg van het einde van de crisisjaren: de aandeelhouders achten de tijd rijp om nog eens langs de kassa te passeren, zonder het bedrijf in moeilijkheden te brengen uiteraard.

De aandeelhouders hebben nochtans een grotere herkapitalisatie uitgevoerd in vergelijking met 2014 (+ 5,56% in plaats van + 3,19%). Deze is meer uitgesproken in Vlaanderen dan in de andere twee regio’s.

 

De tendens in 2015: + 5,68%

Kredietwaardigheid

Sinds 2011, het dieptepunt van de crisis, is de gemiddelde solvabiliteit aan een permanente heropleving bezig. In 2015 kwamen er nog eens twee punten bij, om te eindigen op 38,68. Momenteel kunnen bijna 27% van de bedrijven een solvabiliteitsratio voorleggen van meer dan 60%. Dat is 12% meer dan tien jaar geleden. Toch moeten nog altijd 40% van de bedrijven het doen met een kredietwaardigheid van minder dan 30% (10 jaar geleden waren dat er 57%).

Gelijktijdig zijn er geen bedrijven meer die aangeven dat ze niet konden investeren bij gebrek aan kredietenlijnen (of als gevolg van onaanvaardbare kredietverleningsvoorwaarden). Het één heeft uiteraard met het andere te maken… 

De tendens in 2015: 38,68%

Methodiek

Analyse van 3.778 balansen (Nacebel-code 49410 en paritair comité 140), onderverdeeld als volgt:

  • 084 kleine ondernemingen (C – omzet < 750.000 EUR),
  • 840 middelgrote ondernemingen (B – omzet < € 3 miljoen EUR),
  • 859 grote ondernemingen (A – omzet > € 3 miljoen EUR).